leidenlawblog

Schuldenrechters en de coronacrisis

Schuldenrechters en de coronacrisis

Insolventierechters kunnen een creatieve en actieve rol gaan vervullen om de schade van de (nasleep van de) coronacrisis te beperken, ook voor particulieren.

Deze blog is een ingekorte versie van een open brief aan de rechterlijke macht.

Recentelijk pleitte een aantal insolventiejuristen voor een spoedige invoering van de WHOA, de wet homologatie onderhands akkoord. Vanwege de coronacrisis verwachtten zij veel maatschappelijke schade als deze schuldsaneringswet voor bedrijven niet snel wordt aangenomen (Hermans, zie ook Salomons en Staal).

De crisis zal ook nieuwe groepen particuliere schuldenaren gaan treffen (Kramer & Sanders). Daarom beschrijf ik verschillende mogelijkheden hoe WSNP-rechters en hun collega-kantonrechters zich kunnen ontwikkelen tot actieve schuldenrechters die kwijtschelding van schulden faciliteren, zonder dat daarvoor wetswijziging noodzakelijk is. Insolventierechters kunnen een creatieve en actieve rol gaan vervullen om de schade van de (nasleep van de) crisis te beperken, ook voor particulieren.

  1. Een schuldenfunctionaris

Op sommige rechtbanken (Limburg, Amsterdam, Rotterdam) zijn nu al schuldenfunctionarissen aanwezig die de debiteur in contact kunnen brengen met de gemeentelijke schuldhulpverlening. Op deze manier leggen deze rechtbanken een constructieve relatie tussen de incasso van schulden en de schuldhulpverlening.

Dit initiatief verdient het om uitgebouwd te worden.

  1. Ruime interpretatie van 285Fw

Om toegelaten te worden tot het wettelijk traject moet eerst een minnelijke regeling zijn beproefd met de crediteuren. Een zg. art. 285 Fw modelverklaring waarin staat dat een minnelijk traject mislukt is, vormt als het ware het entreebewijs voor het wettelijk traject.

De doorstroming van het minnelijk naar het wettelijke traject stagneert desondanks nog steeds. (Berkhout e.a.)

In een antwoord op kamervragen schetste de toenmalige Staatssecretaris van Justitie Dijkhoff in 2015 een alternatieve toeleidingsroute naar de WSNP door ook het schuldenbewind te accepteren als een minnelijk traject onder de vlag van artikel 285 Fw.

De interpretatie van Dijkhoff heeft een aantal voordelen:

- De afname in Wsnp zaken kan worden gekeerd met gebruikmaking van de bestaande infrastructuur.

- Meer mensen krijgen een uitzicht op sanering van hun schulden, in plaats van vast te zitten in een langdurige, in de tijd niet beperkte stabilisatie van schulden, met alle oplopende schulden van dien;

- Het stuwmeer van schuldenbewinden kan worden afgebouwd, waardoor de druk op de bijzondere bijstand afneemt. Dit is ook gunstig voor gemeenten, die geconfronteerd worden met de stijgende kosten van het bewind.

3. Omzetten faillissementsaanvrage in schuldsanering

De achterliggende gedachte bij de artikelen 3 en 15 b van de Faillissementswet is dat de debiteur de mogelijkheid moet hebben om een faillissement te vermijden als de schuldsanering meer in zijn belang is, bijvoorbeeld vanwege de kwijtschelding c.q. omzetting in een natuurlijke verbintenis van de resterende schulden aan het eind van de sanering.

Een snel faillissement - waarna bezien wordt of een schuldsanering nuttiger zou kunnen zijn - heeft meestal meerdere volstrekt legitiem doeleinden zoals: rust in de tent, een wettelijke stopzetting van rente en incassokosten en beslagen, een curator die de boel inventariseert, een snellere onderlinge gelijkheid van schuldeisers in plaats van schuldeisers die elkaar te snel en te slim af willen zijn, en een tijdige bevriezing via insolventie in plaats van het vervolgen van een minnelijk traject met oplopende schulden.

4. Insolventieteams

Om de aanpak van schuldenzaken, zowel aan de incassozijde als aan de beschermingskant, te coördineren, moet de Rechtspraak zichzelf beter positioneren.

Ik wil ervoor pleiten om de bestaande schotten bij de rechtbanken te doorbreken. Er bestaat de komende tijd dringende behoefte aan één rechterlijk insolventieteam van schuldenrechters (kanton– en rechtbankrechters) plus adequate ondersteuning van griffiers en schuldenfunctionarissen, dat alle schuldenzaken behandelt, te weten:

- verzoeken tot betaling door private en publieke crediteuren. De Rechtspraak kan veel leren van E-court, waarmee onderhandelingen zijn gevoerd (Driessen 2020). Uiteraard moeten rechters toetsen op onredelijk bezwarende consumentenbedingen in algemene voorwaarden;

- Als aan de incassokant blijkt dat er indicaties zijn van een problematische invordering, bij voorbeeld vanwege de aanwezigheid van meer schuldeisers of van multi-problematiek bij de debiteur, kan de rechter de zaak doorverwijzen naar de schuldenfunctionaris en de WSNP. Dit bespaart veel tijd, kosten en nodeloze procedures.

- Bij verzoeken om bescherming door of vanwege de debiteur, beschikt de rechter over een breed pakket, variërend van een betalingsregeling, een dwangakkoord, een noodmoratorium, een beschermingsbewind, voorlopige voorzieningen, en schuldsanering tot en met faillissement. Ook het brede minnelijke moratorium uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zou binnen dit totaalpakket aan maatregelen – mits met een bredere aanvraagmogelijkheid: debiteur zelf, bewindvoerder in de Wsnp, professioneel beschermingsbewindvoerder - tot nieuw leven kunnen worden gewekt.

Het insolventieteam functioneert als een rangeerder die alle vorderingen op het juiste spoor zet. Er wordt niet lijdelijk afgewacht bij welk loket het verzoek binnenkomt. De schuldenrechter behandelt het incasso – en het beschermingsaspect in onderlinge samenhang. Ter zitting wordt actief gezocht naar de beste oplossingsrichting. De rechter hoeft niet altijd zelf de probleemoplosser te zijn. Soms is een doorverwijzing effectiever. Zeker als dat gepaard gaat met het gezag van de rechter.

5. Ten slotte

De coronacrisis zal veel kwetsbare burgers financieel hard treffen. Burgers en bedrijven (zzp-ers bijvoorbeeld) die zich voorheen nog net zelf wisten te redden, kunnen nu versneld in de schuldenproblemen raken en ook kwetsbaar worden. Zij hebben behoefte aan snelle en adequate schuldhulp. Aan deze maatschappelijke behoefte moet op tijd tegemoet worden gekomen. Naar verwachting zal de wetgever in de toekomst met maatregelen komen om hun benaderde positie te verlichten. Op de korte termijn kan de rechtspraak hieraan al een stevige bijdrage leveren door een aantal barrières op weg naar de schone lei uit de weg te ruimen.

Literatuur

Berkhout, B, et al, Aansluiting gezocht! Verkenning aansluiting minnelijke schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering. Utrecht: Berenschot 2019

Driessen, Camil, Robotrechter en staat ruziën over schikking, NRC 26 februari 2020

Hermans, Ruud, Coronacrisis vereist directe actie om faillissementen te voorkomen, Financieel Dagblad, 19 maart 2020

Huls, Nick Naar een maatschappelijk effectieve schuldenrechter, Justitiële Verkenningen 1/2020

Klamer, A. & M. Sanders, Graag ook een lockdown voor coronaschulden, Trouw 25 maart 2020

Salomons, Michelle & Tim Staal, ‘Schaamteloos’. Advocaten pushen de Kamer, De Groene Amsterdammer 9 april 2010

Werkgroep Schulden en rechtspraak Visiedocument schuldenproblematiek en rechtspraak, Raad voor de Rechtspraak, februari 2019

0 Comments

Add a comment

Related