leidenlawblog

Levenslange uitzichtloosheid voor jonggehandicapten Foto: Magdalena Smolnicka

Levenslange uitzichtloosheid voor jonggehandicapten

Vorige week donderdag stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong. Deze stemming vormde het sluitstuk van twee onheilspellende weken voor mensen met een handicap.

This blog is in Dutch, because it is a response to Dutch news about typical Dutch laws. More information about this topic (English).

Allereerst was er Sven Romkes, die op 29 oktober zijn verbinding naar Leeuwarden miste nadat hij door twee mannen met rolstoel en al uit een drukke trein werd gezet om plaats te maken voor henzelf. Daarnaast was er de discussie, binnen en buiten de Kamer, over het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong en de gevolgen van de voorgestelde regelgeving voor jonggehandicapten. Dit wetsvoorstel harmoniseert de huidige drie Wajong-regelingen en omvat een aantal gunstige maatregelen voor deze groep. De regelgeving waarbinnen zij hun (werkzame) leven vormgeven wordt namelijk vereenvoudigd, als zij werk vinden zal de Wajong blijven functioneren als vangnet en als deze jongeren studeren worden zij niet meer gekort op hun uitkering. Daar staat tegenover dat de geharmoniseerde Wajong geënt is op de strengste van de drie regelingen, die uit 2015. De meeste jonggehandicapten die momenteel onder de Wajong vallen, gaan er daarmee op achteruit en zullen de rest van hun leven aankijken tegen een uitkering op bijstandsniveau of maximaal het minimumloon. Hetzelfde geldt voor de jonggehandicapten die, wegens de aangescherpte toegangseisen sinds 2015, de Wajong überhaupt niet zijn binnengekomen en onder het soortgelijke regime van de Participatiewet vallen. Met een dergelijk gebrek aan toekomstperspectief is het maar de vraag of deze regelgeving, zowel het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong als de Participatiewet, voldoet aan de doelen en de verplichtingen van het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat in 2016 voor Nederland in werking trad.

Gehandicaptenverdrag

Het gehandicaptenverdrag heeft, eenvoudig gezegd, tot doel de positie van mensen met een handicap te versterken, zodat zij zoveel mogelijk zelfstandig en op gelijke voet met hun medeburgers hun leven kunnen inrichten. Het verdrag verplicht daarom de Nederlandse overheid om twee soorten rechten voor deze groep te waarborgen. Ten eerste, politieke en burgerlijke rechten, die bijvoorbeeld betrekking hebben op de toegankelijkheid van stemlokalen. Deze rechten dient de overheid zoveel mogelijk direct te verwezenlijken. Ten tweede zijn er de zogenoemde sociale en culturele rechten, zoals het recht op onderwijs en het recht om op een redelijke wijze, met zelf gekozen of in vrijheid aanvaard werk in het eigen levensonderhoud te voorzien – oftewel het recht op werk. Wat betreft deze sociale rechten heeft de overheid een zekere discretionaire bevoegdheid om ze geleidelijk aan te realiseren. Deze verplichtingen zijn daarmee wat minder hard. Het is desalniettemin veelbetekenend indien we kunnen vaststellen dat de wetgever een diametraal tegenovergestelde kant op rent dan het verdrag voorziet. Dit laatste is een legitieme conclusie als we kijken naar het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong en de wisselwerking van de voorgestelde regelgeving met de Participatiewet.

Harde tweedeling

In het hart van het wetsvoorstel vinden we namelijk een harde tweedeling tussen Wajongers met een opleiding en de capaciteit om (gedeeltelijk) te werken aan de ene kant, en degenen zonder opleiding of uitzicht op werk aan de andere kant. De parlementaire discussie ging voornamelijk over deze eerste groep: zij zouden onder de regelgeving zoals die aanvankelijk aan de Kamer werd voorgelegd, ondanks hun opleiding, niet meer kunnen verdienen dan het minimumloon – tenzij ze tot de extreem kleine groep Wajongers behoorden die fulltime kan werken. Deze ophef zorgde ervoor dat in het wetsvoorstel, zoals dat vorige week is aangenomen, de jonggehandicapten die nu werk hebben een garantiebedrag krijgen zolang ze binnen twaalf maanden nieuw werk vinden. Ook krijgen zij voor de uren die zij werken betaalt naar het functieloon. Een opleiding volgen of promotie maken loont dus voor deze groep. Toch zal uiteindelijk het grootste deel van deze groep, ondanks dergelijke aanpassingen, uiteindelijk nooit verder komen dan het minimumloon – als zij dat al krijgen.

Uitzichtloosheid

Deze uitzichtloosheid geldt nog sterker voor de jonggehandicapten die eveneens een aantal uur kunnen werken maar geen opleiding hebben én voor de overgrote meerderheid van de jongeren die onder de geharmoniseerde Wajong gaan vallen en überhaupt geen uitzicht op werk hebben. Zij moeten, afhankelijk van hun vastgestelde arbeidsvermogen, al hun jaren op deze aarde rondkomen van een uitkering respectievelijk 70% dan wel 75% van het minimumloon: oftewel het bijstandsniveau. De jonggehandicapten die de Wajong aan zich voorbij zagen gaan en onder Participatiewet vallen, vinden zichzelf in een overeenkomstige situatie. De bijstand is echter bedoeld als tijdelijk vangnet – zodat mensen een periode van tegenslag kunnen overbruggen tot zij weer in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Veel gehandicapten zullen nooit hun positie van afhankelijkheid verlaten – men kan niet iemand zijn rolstoel uit motiveren om aan het werk te gaan. Toch laat de discussie rond het versoberen van de Participatiewet, die in 2018 werd gevoerd, zien dat ook het invoeren van de motiverende elementen van het bijstandsregime, zoals de kostendelersnorm of een verbod op spaargeld, een voortdurende dreiging is bij zowel de Wajong als de Participatiewet en daarmee ook een dreiging voor de mogelijkheden van jonggehandicapten.

Mensenrechten

Door dit gebrek aan middelen en mogelijkheden en de voortdurende dreiging van verdere versobering, zullen veel jonggehandicapten na de harmonisering van de Wajong minder perspectief hebben om volwaardig aan de maatschappij deel te nemen zoals het gehandicaptenverdrag dit voorziet. De situatie van álle gehandicapten getuigt daarmee van een uitzichtloosheid die dus in schril contrast staat met de doelen van dit verdrag en de verplichtingen die Nederland in 2016 op zich nam. Toen in het parlement echter werd voorgesteld om het College voor de Rechten van de Mens te vragen het wetsvoorstel te toetsen aan het gehandicaptenverdrag, werd dit idee niet opgepakt door het kabinet. Sterker nog, dit zou volgens staatssecretaris Van Ark teveel tijd kosten.

Verbinding kwijt

Sven Romkes’ tweet over het missen van zijn verbinding en de daarbij behorende ontreddering en woede, kon in de dagen na 29 oktober op veel begrip rekenen. Ook minister Hugo de Jonge nam de moeite om zijn medeleven en hulp aan te bieden. Met het aannemen van het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong zullen veel jonggehandicapten hun verbinding met de maatschappij deels kwijtraken. Het medeleven voor dit gemis ontbreekt echter in Den Haag.

Erwin Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Universiteit Leiden en promoveert op het bestrijden van discriminatie binnen de rechtsstaat.

2 Comments

Vera van der Veer

Dit blog laat slechts een deel van het nieuwe Wajong verhaal zien. Wat niet naar voren wordt gebracht is onder meer de mogelijkheid voor de oWajongers, die voor de Wajong van 2010, uit de Wajong te stappen maar met een “terugkeer garantie” op allerlei manieren. Dat mensen die wel kunnen studeren maar niet gelijkertijd kunnen werken, met een “vangnet” de arbeidsmarkt op kunnen. Waar ze, ook wanneer ze minder dan fulltime werken, meer dan het minimumloon kunnen gaan verdienen. Een zogenaamde Jobcoach van het UWV, daar heb je als hogeropgeleide in de praktijk niet veel aan. Maar wanneer men als Wajonger daar ook conform het wetsvoorstel gebruik van maakt, al is het koffie mee drinken, dan behoudt men langer het “vangnet” van de Wajong, wat echt voor meer zekerheid zorgt dan het al die jaren hiervoor deed. Daarbij was het, ga je echt werken langer dan één jaar, dan ben val je uit je Wajong, of je het aankan of niet. Dat levert veel meer spanning op dan met de gedachte, oké het is weleens waar totaal niet veel waar ik op terug kan vallen, maar er is altijd die Wajong nog. Zo lees ik de Memoire van Toelichting 35213 nr. 3 vergaderjaar 2018/19

Add a comment

Related